Verslag: Studiemiddag ‘Publiek en privaat’, 23 januari 2015

Het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap organiseerde op vrijdagmiddag 23 januari 2015 een studiemiddag over inkomenssteun in Nederland tussen 1500 en 2015. Sprekers waren vier jonge historische onderzoekers. Drie ervaren onderzoekers traden op als referent of trokken conclusies. De bijeenkomst had het karakter van een expert meeting. Rode draad in alle betogen was de tegenstelling tussen publiek (lees: overheden) en privaat (de markt en daarop opererende partijen).

Armenzorg en de rol van collecten
Daniëlle Teeuwen (postdoc – Universiteit Wageningen) ging in op de rol die collecten speelden bij de financiering van de vroegmoderne armenzorg. De verschillen in de vier onderzochte steden waren groot, maar sommige ontwikkelingen deden zich overal voor. Zo werd de neiging sterker om groepen mensen, zoals bijvoorbeeld migranten, uit te sluiten van de zorg. De betekenis van collecten was veel groter dan tot nu toe werd gedacht. Dat kwam doordat de lokale overheid zachte dwang uitoefende om collecten te geven en het mechanisme van de sociale controle zijn werk deed. Publiek en privaat gingen mooi samen, wel veranderde in de loop der tijd de verhouding tussen deze twee.

collecte2

Opleiding van katholieke priesters en predikanten
Ruben Schalk (AIO – universiteit Utrecht) doet onderzoek naar de financiering van de opleiding van hervormde predikanten en katholieke priesters en de gevolgen hiervan voor de arbeidsmarkt. De opleiding tot predikant liep via de universiteiten. Er waren veel particuliere fondsen waar studenten van niet bemiddelde ouders een stipendium konden aanvragen. De priesteropleiding was per bisdom georganiseerd en privaat gefinancierd. De afstemming van aanbod en vraag naar zielzorgers functioneerde bij de Nederlands Hervormde Kerk slecht en bij de Rooms-katholieke goed. Er waren genoeg priesters en te veel predikanten. Het onderscheidend criterium was dus niet ‘overheid of markt’ maar de wijze waarop men de zaak organiseerde.

Studiefinanciering: van privaat naar publiek en weer terug
Pieter Slaman (postdoc – Universiteit Leiden) onderzocht de politieke geschiedenis van de studiefinanciering in Nederland vanaf 1815 tot heden. Tot 1918 was dit een zaak van ouders of particuliere fondsen. Na 1918 ging de rijksoverheid beurzen en leningen verstrekken aan studenten met minder vermogende ouders. Dit culmineerde in het stelsel van minister Deetman (CDA) in 1986 waarbij de overheid de gehele studiefinanciering voor zijn rekening nam. Daarna zwaaide de slinger van de klok weer terug. Binnenkort wordt een leenstelsel met aanvullende beurzen van kracht.

Zorg: verzekering tegen schade of recht op zorg?
De dissertatie van Robert Vonk (promotie Vrije Universiteit in 2013, nu RIVM) gaat over de particuliere zorgverzekering. Ook hier zwaait de slinger van privaat naar overheid en weer terug. Twee optieken bepalen al bijna een eeuw lang de discussie: heeft elke burger recht op zorg en komt de rekening later. Of zijn financiële kaders het uitgangspunt en bepalen deze de te verlenen zorg? Volgens Vonk is marktwerking in de zorg nooit echt van de grond gekomen. Het was en is sociaal beleid met een marktsausje.

Referaten en conclusies
De referenten gingen vooral in op de veronderstelde tegenstelling privaat versus publiek en de wisselwerking hiertussen. Duidelijk werd dat de verhouding tussen deze twee voortdurend verandert. Dirk Jan Wolffram (Universiteit Groningen) rondde de middag af. Hij onderstreepte vooral de maatschappelijke relevantie van het fundamentele historische onderzoek zoals dat deze middag gepresenteerd was. Het debat over inkomenssteun en of deze nu publiek of privaat moet worden georganiseerd, is al vier eeuwen actueel. De presentaties toonden de complexiteit van zaken en lieten zien dat een onderscheid tussen publiek en privaat analytisch nuttig is maar niet mag verworden tot een karikatuur. Op lange termijn bezien, is er bovendien verrassend veel continuïteit. En dat geeft weer een scherper perspectief op de discussie anno 2015.

Toon Kerkhoff (Universiteit Leiden) en Ton Kappelhof (Huygens ING)