Verslag KNHG-voorjaarscongres ‘De klas, de wetenschap en de wereld’

Onlangs vond het KNHG voorjaarscongres ‘De klas, de wetenschap en de wereld’ plaats in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Historici werkzaam in onderwijs en wetenschap bogen zich gezamenlijk over de (on)mogelijkheden van wereldgeschiedenis. De uitwisseling bleek leerzaam en inspirerend.


Interview met enkele deelnemers van het congres.

Wereldgeschiedenis in de collegebanken en de klas?

Joris van Eijnatten gaf in zijn keynote een kijkje in de keuken van de Utrechtse cursus wereldgeschiedenis. Hij hoopt met de cursus het ‘provinciaalse’ profiel van de universiteit te doorbreken. Jonge Nederlanders leven volgens Van Eijnatten nog teveel onder een glazen stolp; verbreding van geschiedenisonderwijs in ruimtelijke en vergelijkende zin draagt bij aan culturele oriëntatie. Toch blijkt het in de praktijk lastig om geschiedenisstudenten te interesseren voor ‘grote thema’s’ als de stad, verbindingen en eten. Een geschikt handboek vinden bleek eveneens niet eenvoudig: ze waren ofwel te omvangrijk, boden dan weer een te westers perspectief of waren te politiek geïnspireerd. En handboeken die problematiseren bieden weer te weinig overzicht.

Is wereldgeschiedenis ook iets voor het voortgezet onderwijs? Ja, was het antwoord van een aantal geschiedenisleraren, want het eindexamenprogamma is toch sterk gericht op Westerse geschiedenis, het doorbreekt de sleur van herhaling, draagt bij aan historisch begrip en het sluit aan bij processen van globalisering en de multiculturele klas. Een aantal deelnemers zag ook de spreekwoordelijke beren op de weg: veel beginnende docenten hebben al moeite genoeg om ten aanzien van het huidige curriculum goed beslagen ten ijs te komen en isommigen vonden het wellicht te abstract voor de leerlingen.

Geslaagde samenwerking

Naast een workshop over Aziatische geschiedenis en een over wereldburgerschap werden twee projecten gepresenteerd die laten zien dat samenwerking tussen wetenschappers en leerkrachten heel productief kan zijn. Ik participeerde in deze workshops.
In het project Dynamisch Erfgoedonderwijs van de EUR werken wetenschappers, geschiedenisleraren en educatieve medewerkers van musea samen aan een educatieve website over de transatlantische slavenhandel. De aanwezigen bogen zich over de vraag hoe op een historisch verantwoorde en voor leerlingen aantrekkelijke manier aandacht kan worden besteed aan ‘de middenpassage’? Hoe laat je leerlingen verschillende perspectieven (van historische actoren en historiografisch) verkennen? Benadruk je vooral het leed of gaat het juist om het begrijpelijk maken van het handelen van mensen? Betrek je de schuldvraag? Gebruik je alleen authentieke bronnen? Het maken van educatief materiaal is een uiterst complexe taak die om wetenschappelijke en didactisch-pedagogische expertise vraagt.

In het project Oorlog op vijf continenten werken leraren en historici samen aan lesmateriaal dat laat zien hoe landen als Suriname, Marokko en Turkije bij de oorlog betrokken waren. Leerlingen in multiculturele klassen reageerden enthousiast. Ze vonden het spannend om aan de hand van persoonlijke verhalen te leren over de geschiedenis van een gebied waar ze zichzelf mee verbonden voelen. De dag werd afgesloten met de lancering van de open access BMGNLow Countries Historical Review door James Kennedy en Leonie de Goei. Niet alleen voor historici een opsteker, maar ook voor leraren en leerlingen!

Prof. Dr. Carla van Boxtel, bijzonder hoogleraar Historische cultuur en educatie (EUR) / universitair hoofddocent Interfacultaire Lerarenopleidingen (UvA)