Oproep: KNHG-werkgroep Beroepsethiek zoekt naar praktijkvoorbeelden

Download het pdf-document van deze oproep.

Als beroepsorganisatie van historici heeft het KNHG een werkgroep beroepsethiek in het leven geroepen. Deze werkgroep onderzoekt of het wenselijk is een beroepscode voor historici te ontwerpen. Daarbij wil het KNHG zorgvuldig en voorzichtig te werk gaan in het besef dat beroepsethiek een betwist begrip is. Op ons congres Naar eer en geweten. Beroepsethiek en de persona van de historicus in 2014 bleek weer eens dat historici beroepsmatig zeer gevoelig zijn voor de veranderlijkheid en situationele bepaaldheid van ethische en professionele normen. Dat maakt hen huiverig voor het vastleggen van ge- en verboden maar tegelijkertijd mag het besef van de historische betrekkelijkheid der dingen ons ethisch handelen niet verlammen. Er zijn gevallen en situaties waarin we wel degelijk stelling moeten durven nemen. Maar welke zijn dat precies?

Bij alle onenigheid daarover is er één punt van overeenstemming. Vrijwel iedereen, binnen en buiten de werkgroep, is overtuigd van het nut en de noodzaak van reflectie, van debat en dialoog over ethische kwesties. Uit zo’n proces van deliberatie kunnen best practices geselecteerd worden, die niet dwingend voorgeschreven worden, maar hun ‘effectiviteit’ hebben bewezen.

Die exemplarische situaties kunnen we opsporen in de concrete problemen en dilemma’s waarmee historische professionals geconfronteerd worden. Wat definiëren zij zelf als ethische of professionele problemen, hoe ervaren ze die, wat hebben zij eraan kunnen doen? We zouden dan als het ware door de bespreking van dergelijke problematische situaties en de gekozen oplossingen  toe kunnen werken naar een staalkaart van voorbeeldige handelwijzen.

De werkgroep beroepsethiek roept u hierbij op om ons voorbeelden te geven van concrete problemen en dilemma’s die u hebt ervaren of waargenomen. Vooralsnog gaat het om casus voor de gedachtenvorming in de werkgroep zelf. Wij zullen ze vertrouwelijk en als anonieme voorbeelden behandelen en indien gewenst, ze uitsluitend na overleg naar buiten brengen.

Het kan gaan om ervaring met de volgende gebieden:

  • Geschiedwetenschappelijke publicaties gebaseerd op onvolledig, slordig of onzorgvuldig onderzoek. Plagiaat, onvolledige bronvermelding, schaamteloze eenzijdigheid. Ontoegankelijkheid van bronnen.
  • Onderzoekspolitiek, gestuurd door politiek of maatschappelijk eigenbelang. Denk aan het stelselmatig negeren van thema’s of aan het kleineren van alternatieve geschiedkundige opvattingen.
  • De onderwijspraktijk. Is het mogelijk altijd op alle gewenste manieren les te geven over alle onderwerpen? Behalve het bekende hete hangijzer van Holocaust-onderwijs in de multiculturele schoolomgeving is er ook de dwang van examenprogramma’s, collega’s en vaststaande geschiedenismethodes.
  • Geschiedenis is nog steeds een wit vak, in de academie en in het onderwijs. Moeten we ons daarmee bemoeien, met kwesties van personeelsbeleid? Met normen voor aanstellingen en toekenning van beurzen?
  • Historici verwachten veel van digitalisering van bronnen, en termijnen voor openbaarstelling  worden verkort. Maar de historici lijken zich weinig te bemoeien met keuzen die daarover in de archiefwereld worden gemaakt en de strategieën bij de overheid om archieven toch gesloten te houden. Ook privacy (het recht om te vergeten) is een heet hangijzer.
  • Publieke voorstellingen van het verleden. Die kunnen kwaadaardig of gemakzuchtig zijn, denk aan fact free politics. Ze kunnen aantoonbare onjuistheden bevatten. Moeten die kleine en grote manco’s altijd worden bestreden en rechtgezet? Moet onze default mode die van de ingezonden brievenschrijver zijn?

Het is duidelijk dat bij de meeste van dit soort kwesties de ethische, professionele normen – onze kernwaarden – zich vermengen met politieke en culturele voorkeuren en/of met vragen ten aanzien van veranderingen in bronnenmateriaal, methodes en technieken. Onze vraag is niet naar algemene of abstracte bespiegelingen daarover.

Onze belangstelling gaat uit naar praktijkvoorbeelden, ook onverwachte, die nu nog buiten onze opsomming van te verwachten probleemsituaties vallen. Wie is wel eens tegen zo’n probleem opgelopen of in een dergelijke situatie beland? Welke besluiten zijn daarover toen genomen? Welke acties zijn ondernomen of nagelaten? Welke gevolgen had dat en welke lessen zijn daar uit geleerd? Had het beter gekund?

Stuur uw casus naar Eva Supèr, secretaris van de KNHG Werkgroep Beroepsethiek eva.super@huygens.knaw.nl

Wat gaan wij doen met die hopelijk talrijke gevalsbeschrijvingen? De werkgroep zal er een typologie van maken, ze groeperen en daaromheen discussie organiseren. Of dat het beste kan via de website, in een rubriek in de BMGN of met een reeks debatbijeenkomsten, daarover wordt nog nagedacht. Ook suggesties over de vorm van een dergelijke praktisch gestuurde reflectie zijn welkom. En, nogmaals, we zullen de voorbeelden prudent behandelen. Wij zijn, hopelijk net als u, benieuwd naar de resultaten van onze veldraadpleging.

​Beeldhouwer Johan Wertheim werkt aan het borstbeeld van P.J. Blok, augustus 1929.

​Beeldhouwer Johan Wertheim werkt aan het borstbeeld van P.J. Blok, augustus 1929.

Werkgroep beroepsethiek van het KNHG Leonie de Goei, Charles Jeurgens, Ed Jonker, Jos Kole (beroepsethicus, adviseur) Lauren Lauret, Susan Legêne (voorzitter), Emma Los,  Vincent Loth, Tim Riswick, Stef Scagliola, Eva Supèr (secretaris) en Jouke Turpijn.