Lex Heerma van Voss, Debat over Nationaal Museum mist inhoud (NRC Handelsblad, 02-10-2010)

Over het Nationaal Historisch Museum is veel van secundair belang besproken: de vestigingsplaats, het gebouw, parkeerplek, de rol van de canon. De laatste weken kwam daar de ambitie van directeur Pijbes bij om zijn Rijksmuseum het NHM te laten zijn. In reactie daarop riep Hanneke Nusselder woensdag in deze krant op het NHM maar weg te bezuinigen. Kunnen we het niet eens over de inhoud hebben?

Nederlandse historici reageerden in eerste instantie afhoudend. Zou het NHM geen goedkope viering van eng nationalisme worden? Eind juni 2009 organiseerde het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap de eerste publieke discussie over de inhoud van het museum. De kloof tussen de professionele historici en de museumdirectie bleek minder groot dan gevreesd werd. De museumbouwers bleken gevoelig voor de gedachtes dat naast een thematische aanpak ook het houvast van de chronologie een rol moet spelen, dat een museum moet laten zien hoe kennis van het verleden tot stand komt, en dat Nederlandse geschiedenis verknoopt is met de geschiedenis buiten onze grenzen.

Sindsdien is het team van het NHM actief gebleven. Onder het label ‘inNL’ is men aanjager van geschiedenis voor een breed publiek. Met andere instellingen worden allerlei activiteiten georganiseerd. Zoals de historische automatiek: voor een luttel bedrag kan de klant zich voorzien van een werkelijk historisch object met toelichting, in mijn geval een ‘Kernenergie- nee-bedankt’-button. Al doende trad ik toe tot de digitale community van het NHM. Het is een creatieve, speelse, bijdetijdse aanpak, die de meeste historici buiten de erfgoedsector niet snel zullen bedenken, maar die geschiedenis veel dichter bij het grote publiek brengt.

Het NHM is gedacht in zes thema’s, van het type ‘arm en rijk’ of ‘oorlog en vrede’. De voorstellen daarvoor tonen een afgewogen blik op het verleden: geen zelfhaat, maar zwarte bladzijden worden niet vergeten. Nederland wordt fier gepresenteerd, maar niet los van de internationale context.

Er zijn in Nederland heel wat musea die een deel van de nationale geschiedenis tonen: wandtegels, godsdienst, baggeren of de hoge kunsten. Maar een museum waar een visie op die geschiedenis leidraad is, is er nog niet. Het NHM lijkt zichzelf daarnaast ook te zien als een knooppunt in het netwerk van musea en monumenten die facetten van het Nederlandse verleden weergeven, en dat netwerk mede te vormen en te steunen. Ook die rol wordt door geen ander museum gespeeld. Die investering in de inhoud is voor het NHM belangrijker dan de vraag in welk gebouw of met welk concreet object de geschiedenis getoond wordt. In de Nederlandse museumdepots zijn desgewenst andere pistolen te vinden, en er zijn andere objecten waarmee de politieke moord in de Nederlandse geschiedenis kan worden uitgebeeld. Als het NHM verdere plannen presenteert, en als het museum ook fysiek te bezichtigen is, zal de discussie zeker doorgaan. Zo hoort het ook. Maar wel over de inhoud graag.

© NRC Handelsblad 2 oktober 2010