Historisch Museum naar Soestdijk

Het Nationaal Historisch Museum heeft een unieke en belangrijke opdracht: het vergroten van het historisch besef en de kennis van de geschiedenis van Nederland. Het museum werd in 2008 op initiatief van de Tweede Kamer opgericht. Het succesvolle bureau voor publieksgeschiedenis Anno ging in dit museum op. Ook de canon van Nederland vond in het Nationaal Historisch Museum een hechte partner. Door de bezuinigingen in de cultuursector loopt het museum echter gevaar. Maar dit Kamerbrede initiatief dat al tot veel samenwerking en elan heeft geleid moet behouden blijven. Dat kan door het museum onder te brengen in Paleis Soestdijk.

Sinds zijn oprichting bereikt het Nationaal Historisch Museum met verschillende projecten en activiteiten een breed publiek. Het is bovendien een museum dat niet gebonden is aan een collectie en in de eerste plaats de behoeften en interesses van het publiek centraal stelt. Het is het enige museum dat, naast de traditionele tentoonstellingsvorm, actief werkt aan nieuwe vormen van publieksbereik waarvan de gehele historische museumsector profiteert. De reizende Nationale Automatiek, waarbij de bezoeker kleine historische objecten uit een originele Febo-muur kan halen en de in ontwikkeling zijnde digitale Anatomische Les, waarbij de bezoeker de geschiedenis van het lichaam kan beleven, zijn hiervan goede voorbeelden.

Het museum werkt altijd samen met andere organisaties, overal in Nederland. Zo heeft het Nationaal Historisch Museum het afgelopen jaar de zevende editie van de Week van de Geschiedenis georganiseerd, met meer dan 600 partners het grootste historische evenement in ons land. Deze maand lanceert het Nationaal Historisch Museum bovendien een ander groot samenwerkingsproject: X was hier. Jaarlijks wordt in dit project de schijnwerper op vijftig plaatsen van herinnering gezet, verspreid over heel Nederland en daarbuiten. Zo ontstaat een groeiend netwerk van historische locaties en van samenwerkende instellingen, gemeenten en provincies.

Het Nationaal Historisch Museum bouwt ook verder aan een digitale historische infrastructuur waarbij vele andere instellingen zijn betrokken. De rijke, maar ook versnipperde collecties van landelijke, regionale en lokale historische musea, archieven en erfgoedorganisaties worden door het museum op een slimme en toegankelijke manier verbonden via een unieke website. Onlangs kreeg het museum op de internationale conferentie Museums and the Web de prestigieuze Best of the Web award toegekend.

Het Nationaal Historisch Museum is dus een netwerkorganisatie en een medium voor geschiedenis. Heeft zo’n organisatie een museumgebouw nodig? Het antwoord is volmondig ja. Weliswaar zijn er in Nederland veel erfgoedinstellingen die zich met geschiedenis bezighouden, maar dit gebeurt altijd vanuit een specifieke focus: de geschiedenis van een stad, de geschiedenis van een vak of wetenschap of van kunstverzamelingen. Een Nationaal Historisch Museum dat een compleet fysiek en digitaal overzicht van de Nederlandse geschiedenis biedt en de landelijke samenhang versterkt, ontbreekt nog. Deze functie zou het best tot zijn recht komen in een historisch gebouw met een bijzondere uitstraling. Dat gebouw is er: Paleis Soestdijk. Paleis Soestdijk is een monument van de Nederlandse geschiedenis. Als achtereenvolgens buitenhuis van een Amsterdamse burgemeester, stadhouderlijk jachtslot en koninklijk paleis belichaamt het vele aspecten van de nationale geschiedenis. Dit geliefde paleis moet nodig een nieuwe bestemming krijgen, met een verbindende publieke functie. De opdracht van het Nationaal Historisch Museum is daar bijzonder geschikt voor. Het paleis is centraal gelegen in Nederland en goed bereikbaar. De monumentale gebouwen en het omliggende park kunnen nu al op veel belangstelling van het publiek rekenen.

Het is onze stellige overtuiging dat het door het Nationaal Historisch Museum te bereiken publiek zeer enthousiast zal zijn over Soestdijk als locatie van het museum en wij menen dat zowel de overheden als het bedrijfsleven juist deze bestemming op waarde zullen schatten. Natuurlijk zal er moeten worden geïnvesteerd, zij het minder dan ooit door ons parlement was voorzien. Maar voor een plan van dit kaliber en met deze uitstraling lijken succesvolle sponsoring en fondsenwerving en daarmee ook een bevredigende exploitatie ons zeer haalbaar. En bovenal krijgt het Nationaal Historisch Museum daarmee dan ook werkelijk, en eindelijk, een huis met de allure die past bij zijn opdracht en ambities.

Prof. dr. Remieg Aerts, hoogleraar politieke geschiedenis, Radboud Universiteit Nijmegen. Prof. dr. Klaas van Berkel, hoogleraar geschiedenis na de middeleeuwen, Rijksuniversiteit Groningen. Prof. dr. Wim Blockmans, emeritus hoogleraar middeleeuwse geschiedenis, Universiteit Leiden. Prof. dr. Hans Blom, emeritus hoogleraar Nederlandse geschiedenis, Universiteit van Amsterdam. Dr. mr. Cees Fasseur, emeritus hoogleraar geschiedenis van Zuidoost-Azië, Universiteit Leiden. Prof. dr. Lex Heerma van Voss, voorzitter Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap. Prof. dr. Suzanne Legêne, hoogleraar politieke geschiedenis, Vrije Universiteit Amsterdam. Prof. dr. Jan Lucassen, hoogleraar internationale en comparatieve sociale geschiedenis, Vrije Universiteit Amsterdam. Prof. dr. Gert Oostindie, hoogleraar Caribische geschiedenis, Universiteit Leiden. Prof. dr. Herman Pleij, emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde, Universiteit van Amsterdam. Prof. dr. Maarten Prak, emeritus hoogleraar economische en sociale geschiedenis, Universiteit Utrecht. Prof. dr. Piet de Rooij, emeritus hoogleraar Nederlandse geschiedenis, Universiteit van Amsterdam. Prof. dr. Marjan Schwegman, directeur NIOD. Prof. dr. Henk te Velde, hoogleraar vaderlandse geschiedenis, Universiteit Leiden. Prof. dr. Henk Wesseling, emeritus hoogleraar algemene geschiedenis, Universiteit Leiden.

© de Volkskrant 4 mei 2011