Het jeugdig doch historisch genootschap. Deel 1

“Jong. Fris. Man of vrouw, maakt niet uit. Vanaf 18 tot, ehm…laten we zeggen 35? Met een HBO of WO opleiding Geschiedenis. Maar…een bijvak of minor geschiedenis kan ook. Kunstgeschiedenis? Ja telt ook mee. Culturele sector? Check. ”

Wie of wat is een jonge historicus? Is dit een nuttige categorie? Welke groepen vallen hieronder? Welk beroep heeft deze groep? En, heeft deze groep andere behoeftes dan “oudere” historici? Deze vragen vormden het startschot van wat hopelijk de boeken (en andere media) in zal gaan als een historisch moment in de geschiedenis van het KNHG. Afgelopen dinsdag kwam in Den Haag – voor het eerst, maar zeker niet voor het laatst – een groep historici bijeen. Een gezelschap van jongens en meisjes, of eigenlijk moet ik zeggen mannen en vrouwen, van tussen de 20 en de 30, allen verschillend maar met een gedeelde passie; geschiedenis.

Jonge historici durf ik deze club mensen haast niet te noemen, want als er een ding duidelijk werd, is dat het ontzettend moeilijk is om te definiëren wie of wat nou precies een jonge historicus/historica is. Na een welkomstwoord van KNHG-directeur Leonie de Goei en organisator en bestuurslid van het KNHG Thomas Smits, werd er in twee groepen flink gediscussieerd. Is een jonge historicus/-a iemand die nog niet gevestigd is (vast contract), maar wel de ambitie heeft om als historicus/-a geld te verdienen? Betreft het enkel academici? Of ook zelfstandigen, mensen in de museale sector, medewerkers in archieven? Of, moeten we nog breder denken en kunnen we tot de categorie “jonge historici” iedereen die geschiedenis heeft gestudeerd rekenen, ook wanneer ze in andere sectoren, bijvoorbeeld bij de overheid of het bedrijfsleven terecht zijn gekomen?

En, wat zijn de behoeftes van deze jonge(re) historici? Verschillen deze van de wensen van de “oudere” historici? Ja, zo bleek. Uit de enquête die voorafgaand aan de vergadering  was ingevuld,  bleek dat 47,1% van de deelnemers van mening is dat er sprake is van een generatiekloof tussen de “jonge(re)” en “oudere” generatie, en, ook interessant, dat 43,8% denkt dat “jonge(re)” historici andere dingen verwachten van de KNHG (als beroepsvereniging) dan de “oudere” historici. Meer oriëntatie op de arbeidsmarkt, meer activiteiten en momenten van samenkomst – verschillende deelnemers hadden uitgebreid toegelicht waaraan behoefte is.

KNHG voorjaarscongres 2015. Foto: Milo van de Pol.

KNHG voorjaarscongres 2015. Foto: Milo van de Pol.

Nu wil ik niet teveel waarde hechten aan de precieze percentages die uit de enquête naar voren kwamen – de enquête was namelijk voornamelijk als voorbereiding/oriëntatie op de eerste brainstorm bijeenkomst bedoeld. Wel geven de resultaten weer dat de vragen over “jonge”, of laten we het positiever formuleren “veelbelovende” historici relevant zijn, en dat er behoefte is aan actie! Tijdens de discussies afgelopen dinsdag werden talloze ideeën ingebracht: meer contact en interactie, en samenwerking met de diverse verenigingen en organisaties in Nederland die zich met geschiedenis bezighouden, op wat voor manier dan ook.

Vandaar dat we binnenkort weer snel bijeenkomen. Om na deze eerste brainstorm concrete plannen te maken, een doel en missie te formuleren. In de tussentijd roepen we alle historici – jong en oud –  op om mee te denken! Wat zijn (jonge) historici volgens jou, volgens u? Wat kunnen (jonge) historici voor het KNHG betekenen en andersom, wat kan het KNHG voor jonge historici betekenen?

We horen het graag! Deel, twitter, discussieer!

Meer weten? Neem contact op met: Thomas Smits (t.smits[at]let.ru.nl).

Marieke Oprel, Duitsland Instituut Amsterdam