<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap</title>
	<atom:link href="http://www.knhg.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.knhg.nl</link>
	<description>Just another WordPress weblog</description>
	<lastBuildDate>Thu, 15 Jul 2010 22:29:13 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8.5</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Koninklijke Bibliotheek en Google tekenen overeenkomst voor digitalisering van boeken</title>
		<link>http://www.knhg.nl/2010/koninklijke-bibliotheek-en-google-tekenen-overeenkomst-voor-digitalisering-van-boeken/</link>
		<comments>http://www.knhg.nl/2010/koninklijke-bibliotheek-en-google-tekenen-overeenkomst-voor-digitalisering-van-boeken/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 14 Jul 2010 08:00:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>KNHG</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knhg.nl/?p=2003</guid>
		<description><![CDATA[Bas Savenije, Algemeen directeur van de Koninklijke Bibliotheek (KB), de nationale bibliotheek van Nederland, en Philippe Colombet, manager European Strategic Partnerships van Google, tekenden vandaag een overeenkomst voor het digitaliseren door Google van minstens 160.000 boeken uit de KB-collectie. Aangezien er op deze boeken geen auteursrecht meer rust, vallen ze onder het publieke domein. De [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Bas Savenije, Algemeen directeur van de Koninklijke Bibliotheek (KB), de nationale bibliotheek van Nederland, en Philippe Colombet, manager European Strategic Partnerships van Google, tekenden vandaag een overeenkomst voor het digitaliseren door Google van minstens 160.000 boeken uit de KB-collectie. Aangezien er op deze boeken geen auteursrecht meer rust, vallen ze onder het publieke domein. De gedigitaliseerde boeken zullen volledig doorzoekbaar en gratis toegankelijk worden gemaakt via <a href="http://books.google.com/" target="_blank">Google Books</a>, de verschillende websites van de KB en –te zijner tijd– via <a href="http://www.europeana.eu/" target="_blank">Europeana.eu</a> van de Europese Unie.<br />
De boeken die worden gescand vertegenwoordigen het merendeel van de rechtenvrije collectie van de KB. Deze werken vormen een belangrijke toevoeging op de rechtenvrije boeken die al zijn gedigitaliseerd en doorzoekbaar gemaakt in Google Books. De collectie omvat historische, juridische en maatschappelijke Nederlandse publicaties uit de 18e en 19e eeuw die van groot nut zullen zijn voor wetenschappers en onderzoekers, zowel binnen het Nederlandse taalgebied als in de rest van de wereld.<br />
De KB maakte begin dit jaar haar ambitie bekend om alle Nederlandse boeken, kranten en tijdschriften vanaf 1470 te digitaliseren. De overeenkomst tussen de KB en Google vormt onderdeel van de strategie van de bibliotheek om deze ambitie te realiseren en dient daarnaast ter aanvulling van haar eigen <a href="http://www.kb.nl/hrd/digitalisering/index.html" target="_blank">digitaliseringsinitiatieven</a>. De overeenkomst volgt op vergelijkbare samenwerkingsverbanden tussen Google en organisaties zoals de Universiteit van Harvard, de Bodleian Library van de Universiteit van Oxford, het Italiaanse ministerie van Cultuur, de nationale bibliotheken van Italië in Rome en Florence en de nationale bibliotheek van Oostenrijk.<br />
Het scannen zal een aantal jaren in beslag nemen. Nadat het scanproces is voltooid, komen de boeken terug in de magazijnen, zodat ze ook weer in de leeszaal beschikbaar kunnen worden gesteld.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knhg.nl/2010/koninklijke-bibliotheek-en-google-tekenen-overeenkomst-voor-digitalisering-van-boeken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>KNHG-najaarscongres 2010 ‘A New Dutch Imperial History’</title>
		<link>http://www.knhg.nl/2010/knhg-najaarscongres-2010-%e2%80%98a-new-dutch-imperial-history%e2%80%99/</link>
		<comments>http://www.knhg.nl/2010/knhg-najaarscongres-2010-%e2%80%98a-new-dutch-imperial-history%e2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 01 Jul 2010 08:00:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>KNHG</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knhg.nl/?p=1168</guid>
		<description><![CDATA[On Friday, October 1st, 2010 the Royal Netherlands Historical Society (KNHG) will organize the conference ‘A New Dutch Imperial History. Connecting Dutch and Overseas Pasts’.
The conference ‘A New Dutch Imperial History’ aims to integrate colonialism and imperialism into the historiographical debate in the Netherlands. Speakers at the conference will seek fresh connections between the history [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>On Friday, October 1st, 2010 the Royal Netherlands Historical Society (KNHG) will organize the conference ‘<strong><a href="http://www.knhg.nl/wpcontent/uploads/a-new-dutch-imperial-history.pdf" target="_blank">A New Dutch Imperial History. Connecting Dutch and Overseas Pasts</a></strong>’.</p>
<p>The conference ‘A New Dutch Imperial History’ aims to integrate colonialism and imperialism into the historiographical debate in the Netherlands. Speakers at the conference will seek fresh connections between the history of the colonies and that of the Dutch metropole, and explore the potential of new approaches in imperial history to the Dutch historical practice. Such issues are not only of interest to a small circle of specialists, but also to the wider community of historians of the Netherlands.</p>
<p>In recent years, the history of empire in particular has received fresh attention from historians in Great Britain and France. The central issue in the British ‘New Imperial History’ is the connectedness between the European metropoles and the different parts of their empires. Avoiding European-centred narratives of a dominant metropole and peripheral colonies, historians have looked for a more balanced interpretation of the reciprocity of social and cultural influences, and have developed the concept of a single imperial space as an analytical framework. In France, recent research has focused on the cultures of imperialism and explored the moral dimensions of the colonial relationship in the past and the present. These developments in neighbouring countries offer important stimuli to the Dutch historical community.</p>
<p>Keynote speakers from Great Britain (Alan Lester) and France (Romain Bertrand) will expound the latest developments in the field of the new imperial histories. Other participants will be asked to explore the issue of connectedness, reciprocity and colonial identities in the Dutch colonial world. They will do so by examining several themes of both Dutch and Dutch colonial history, including migration networks, the circulation of information and knowledge and the influence of the empire on culture and moral values.</p>
<p>The conference will have four panels: 1) Migration circuits; 2) Information and cultural networks; 3) Imperial values and 4) Imperial knowledge. In a round table debate, specialists on colonial as well as Dutch metropolitan history will be invited to reflect on the prospects of linking up their pasts into an integrated narrative.</p>
<p>Registration by way of an e-mail to: info@knhg.nl, or by telephone: +31 (0)70 3140363.</p>
<p>The conference will take place in the <a href="http://www.kb.nl/hpd/wegwijzer/plattegrond-en.html" target="_blank">National Library of the Netherlands</a> (KB) in The Hague.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knhg.nl/2010/knhg-najaarscongres-2010-%e2%80%98a-new-dutch-imperial-history%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Audio KNHG-voorjaarscongres ‘Arena’s van de politiek’</title>
		<link>http://www.knhg.nl/2010/audio-knhg-voorjaarscongres-%e2%80%98arena%e2%80%99s-van-de-politiek%e2%80%99/</link>
		<comments>http://www.knhg.nl/2010/audio-knhg-voorjaarscongres-%e2%80%98arena%e2%80%99s-van-de-politiek%e2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 28 Jun 2010 08:00:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>KNHG</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knhg.nl/?p=1920</guid>
		<description><![CDATA[Op vrijdag 11 juni organiseerde het KNHG in samenwerking met jonge onderzoekers zijn voorjaarscongres ‘Arena’s van de politiek. Politieke waarden in bestuur, grondwet en publieke opinie, 1650-2005’.
In het denken over politiek en in de praktijk van het Binnenhof beleven ‘waarden’ een ware revival. Een staatscommissie bezint zich op de vraag of waarden niet in de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Op vrijdag 11 juni organiseerde het KNHG in samenwerking met jonge onderzoekers zijn voorjaarscongres ‘Arena’s van de politiek. Politieke waarden in bestuur, grondwet en publieke opinie, 1650-2005’.</p>
<p>In het denken over politiek en in de praktijk van het Binnenhof beleven ‘waarden’ een ware revival. Een staatscommissie bezint zich op de vraag of waarden niet in de grondwet moeten worden vastgelegd, de Raad voor het openbaar bestuur adviseert de politiek om waarden weer voorop te stellen, de Tweede kamer onderzoekt haar eigen waarden en daarmee samenhangende gedragsregels. Ook in de recente politieke geschiedschrijving staan regels en omgangsvormen, ‘goede politiek’ en politieke gemeenschapsvorming volop in de belangstelling. Ging het in de politieke geschiedenis tot nu toe vooral over regering en parlement, het congres ‘Arena’s van de politiek’ richtte zich ook op het openbaar bestuur, de grondwet en de publieke opinie sinds 1650.</p>
<p>Het voorjaarscongres kan via onderstaande mediaspeler in zijn geheel beluisterd worden.</p>
<ul>
<li><strong>Opening en inleiding door dagvoorzitter Ido de Haan (UU)</strong></li>
<li><strong>Sessie I Bestuur als politieke arena</strong>
<p>1. Michel Hoenderboom (VU) ‘Corruptie en bestuurlijke waarden, 1648-1747’<br />
<a href="javascript:void(null);" onclick="s_toggleDisplay(document.getElementById('SID1024030260'), this, 'Lees verder &#9660;', 'Verberg &#9650;');">Lees verder &#9660;</a></p>
<div id='SID1024030260' style='display:none;'>
De bestuurlijke praktijk gaat niet alleen over het bedrijven van politiek, maar ook over de morele kant van het bestuur. Door middel van schandalen worden impliciete politieke waarden expliciet en vertellen zij ons iets over de wijze waarop (goed) bestuur ingericht dient te worden. Politieke waarden en de vormgeving van bestuur zijn daarbij geenszins statisch, maar voortdurend voorwerp van debat en onderhevig aan verandering. Voor de periode 1648-1747 zal de aandacht worden gevestigd op de vraag wat de grenzen waren van het publieke waardestelsel in het vroegmoderne bestuur. Hiervoor zullen enkele door mij onderzochte corruptieschandalen of een representatieve afzonderlijke casus dienen als illustratie van de grenzen van ‘traditioneel’ bestuur (face-to-face/persoonlijk). Met name in 2 onderzochte corruptieschandalen (uit 1720 en 1747) komt een botsing naar voren van patrimoniale kenmerken (en daaraan gekoppelde waarden) met bureaucratische kenmerken (en waarden) van goed bestuur, een spanningsveld dat nog niet zichtbaar is in drie andere onderzochte schandalen uit 1658, 1672 en 1690.
</div>
<p>2. Toon Kerkhoff (UL) ‘De goede publieke functionaris. Over de invloed van ideologie en praktijk op morele hervormingen in het bestuur van de Republiek, 1750-1800’<br />
<a href="javascript:void(null);" onclick="s_toggleDisplay(document.getElementById('SID1004897550'), this, 'Lees verder &#9660;', 'Verberg &#9650;');">Lees verder &#9660;</a></p>
<div id='SID1004897550' style='display:none;'>
Maar al te vaak constateren historici dat bestuurlijk gedrag tegenwoordig heel anders wordt beoordeeld dan in het verleden. Waar het verkopen of vergeven van een publiek ambt rond 1650 bijvoorbeeld nauwelijks een probleem leek te zijn daar leidt tegenwoordig het declareren van een zonnebril door Wouter Bos al tot bijzonder veel ophef. Een dergelijke simpele constatering leidt echter al snel tot fundamentele en lastige vragen. Immers, als moraal in en voor openbaar bestuur inderdaad verandert, wanneer, hoe en waarom gebeurt dat dan eigenlijk? Aanzetten tot antwoorden zijn mogelijk te vinden door middel van gedetailleerd en vergelijkend historisch onderzoek naar moraal en ethiek in het verleden. In deze presentatie zal ik mij daarom richten op enkele grote lijnen in het denken over en de vormgeving van (nieuwe) moraal in en voor het openbaar bestuur in de Republiek tussen 1750 en 1800. Aan de hand van een aantal historische voorbeelden zal de aanzet worden gegeven tot het verder nadenken over de vraag in hoeverre (nieuwe) bestuurlijke moraal zowel wordt beïnvloed door praktijk als ideologie. Enerzijds is er immers sprake van <em>Realpolitik</em>: ad hoc morele herbezinning op basis van pragmatisme, zelfbehoud en eigenbelang. Anderzijds is er echter ook ideologie en ethiek: a priori reflectie op de moraal vanuit moralistische en/of politiek-theoretische idealen. Wat hebben die twee ‘sferen’ met elkaar te maken? Wat lijkt meer of minder van invloed in de geschiedenis? Door deze vragen te stellen en deels te beantwoorden hoopt deze presentatie bij te dragen aan het nader bepalen van vormgeving, vernieuwing en verandering van bestuurlijke moraal in het algemeen en in de Republiek tussen 1750 en 1800 in het bijzonder.
</div>
<p>3. Joris Oddens (UvA) ‘Openbaar bestuur als publieke last. Ontwikkelingen in het denken over een politieke waarde tijdens het revolutietijdperk’<br />
<a href="javascript:void(null);" onclick="s_toggleDisplay(document.getElementById('SID1951517112'), this, 'Lees verder &#9660;', 'Verberg &#9650;');">Lees verder &#9660;</a></p>
<div id='SID1951517112' style='display:none;'>
In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestond het idee dat de regenten die de openbare ambten bekleedden daarmee vooral hun eigen belang dienden. Wie wilde besturen, wilde dat in de eerste plaats om er zelf beter van te worden, en de wens om te willen besturen was daarom bijna per definitie verdacht. Dit idee was minstens zo oud als de Republiek zelf, maar halverwege de jaren tachtig werd er door hervormingsgezinde patriotten een nadere uitwerking aan gegeven. Toen begin 1795 het stadhouderlijke bestel instortte en onder aanvoering van diezelfde patriotten de Bataafse Republiek werd uitgeroepen, werd op provinciaal niveau direct een representatieve democratie ingevoerd. Hoewel de provinciale volkvertegenwoordigers nu door het volk waren gekozen, werden zij in pamfletten en prenten voorlopig nog op eenzelfde manier neergezet als de bestuurders uit het oude oligarchische bestel.<br />
Pas nadat ruim een jaar na het begin van de Bataafse Revolutie ook een nationaal parlement werd opgericht, ontstond er ruimte voor een belangrijke verschuiving in het denken over het ambt van openbaar bestuurder, dat in toenemende mate werd gezien als een publieke last. Sommige verkozenen hadden geweigerd zitting te nemen, en de parlementaire discussies waartoe dit aanleiding gaf dwongen de nieuwbakken volksvertegenwoordigers tot een herformulering van hun eigen rol. Tegelijkertijd bleek ook de oude, negatieve conceptie van de openbaar bestuurder haar kracht nog niet te hebben verloren. De invoering van de representatieve democratie betekende niet dat alle reflexen die hoorden bij het oligarchische <em>ancien régime</em> direct tot het verleden behoorden, en dit kon een verlammende uitwerking hebben op het functioneren van het nieuwe bestel.
</div>
</li>
<li><strong>Sessie II Grondwet als politieke arena</strong>
<p>1. Mart Rutjes (UvA) ‘Het maatschappelijk verdrag. Discussies over de functie van de eerste Nederlandse grondwet, 1795-1801’<br />
<a href="javascript:void(null);" onclick="s_toggleDisplay(document.getElementById('SID346713700'), this, 'Lees verder &#9660;', 'Verberg &#9650;');">Lees verder &#9660;</a></p>
<div id='SID346713700' style='display:none;'>
Met het uitbreken van de Bataafse Revolutie in 1795 kwam de politieke inrichting van de Republiek der Verenigde Provinciën op losse schroeven te staan. Hoewel de Nederlandse revolutionairen het moeilijk eens konden worden over de inhoud van een nieuw bestel was één zaak boven alle twijfel verheven: Nederland moest een grondwet krijgen. Deze grondwet diende een geschreven document te zijn dat door het volk moest worden goedgekeurd. De grondwet werd immers gezien als een verdrag waarmee de inwoners van het land bevestigden een (politieke) samenleving te zijn. De grondwet was een maatschappelijk verdrag, waarmee niet alleen de verhouding tussen burgers en regeerders werd geregeld, maar ook de verhouding tussen burgers onderling. Vandaar dat de rechten en plichten van de Nederlanders een prominente plaats kregen in de eerste grondwet van Nederland, de <em>Staatsregeling</em> van 1798.<br />
De grondwet kreeg een centrale plaats toebedeeld in de Bataafse ideologie. Zo centraal zelfs, dat het hebben en beschermen van de grondwet een waarde op zich ging vormen. Wat betekende de notie dat de grondwet een maatschappelijk verdrag was en een centrale rol moest vervullen voor het politieke bestel als geheel? Deze vraag wil ik beantwoorden aan de hand van verschillende implicaties en discussies die voortvloeiden uit de Bataafse opvattingen over de grondwet.
</div>
<p>2. Jelte Olthof (RUG) ‘“We the people”? De Amerikaanse grondwet als uitdrukking van de identiteit van de politieke gemeenschap’<br />
<a href="javascript:void(null);" onclick="s_toggleDisplay(document.getElementById('SID1825080958'), this, 'Lees verder &#9660;', 'Verberg &#9650;');">Lees verder &#9660;</a></p>
<div id='SID1825080958' style='display:none;'>
In februari 2008 constateerde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst dat de Nederlandse Grondwet: ‘niet echt leeft en daarmee niet de maatschappelijke betekenis heeft die ze zou moeten hebben’. Teneinde dit gebrek aan ‘bindend vermogen’ van de Grondwet te versterken is inmiddels een grondwetscommissie in het leven geroepen die nadenkt over een preambule waarin de: ‘waarden van de staatsinrichting, rechtsorde en nationale identiteit staan’. Hierdoor, zo hoopt de minister, ontstaat een: ‘Grondwet die is neergedaald in de harten van de mensen en de haarvaten van de samenleving’.<br />
Het idee dat een grondwet moet leven onder de bevolking en uitdrukking moet geven aan de waarden die dat volk deelt – met andere woorden: aan een politieke identiteit – is in Nederland inderdaad vreemd en lijkt ontleend aan het buitenland. Met name de Verenigde Staten, waar een bijna sacraal ‘constitutional patriotism’ heerst, dient hier als inspiratiebron. Ter Horst citeert instemmend de pamflettist Thomas Paine die stelt dat: ‘a constitution is not the act of a government, but of a people constituting a government’. Ook de professors Cliteur en Voermans, die voor het ministerie een studie over de bindende functie van preambules schreven, wijzen op het: ‘sterk ontwikkeld nationaal saamhorigheidsgevoel, een natiesentiment, zoals we dat kennen in de Verenigde Staten’.<br />
Maar in hoeverre is dit beeld van de Verenigde Staten als het constitutionele equivalent van het land van melk en honing terecht? Geeft de Amerikaanse grondwet eigenlijk wel uitdrukking aan een identiteit? En, voor zover dit klopt, welke rol speelt de preambule met het fameuze ‘we the people’ daarin? In mijn presentatie zal ik aan de hand van het ontstaan en de ontwikkeling van de preambule van de Amerikaanse grondwet ingaan op de problematische relatie tussen grondwet en identiteit in de VS en proberen een antwoord te geven op de vraag wat de Amerikaanse constitutionele geschiedenis ons Nederlanders kan leren.
</div>
<p>3. Jieskje Hollander (RUG) ‘Tussen nationale waarden en Europese eenwording. Het parlementaire debat over de Nederlandse grondwetswijziging van 1953’<br />
<a href="javascript:void(null);" onclick="s_toggleDisplay(document.getElementById('SID1096824017'), this, 'Lees verder &#9660;', 'Verberg &#9650;');">Lees verder &#9660;</a></p>
<div id='SID1096824017' style='display:none;'>
In een proces van grondwetsherziening staan de fundamentele waarden van de politieke gemeenschap ter discussie. Onder invloed van veranderde omstandigheden of nieuwe opvattingen over democratie, bestuur of parlementaire verhoudingen worden grondwettelijke bepalingen aangepast aan de eisen van de tijd. Echter, voordat de nieuwe bepalingen, gebaseerd op deze waarden, omarmd kunnen worden, dient eerst consensus over de waarden <em>an sich</em> te worden bereikt. Het sluitstuk van dit proces is de parlementaire besluitvorming.<br />
Deze bijdrage aan het congres analyseert de manier waarop in het parlementaire debat over de Nederlandse grondwetsherziening van 1953 het zich aandienende proces van Europese eenwording werd verenigd met bestaande Nederlandse opvattingen over de waarde van de Grondwet en de onafhankelijkheid van de politieke gemeenschap. Na een historische analyse van de feitelijke veranderingen die deze herziening van de grondwet teweeg bracht, richt ik mij specifiek op de rol die het nog prille Europese integratieproces in de overwegingen rond deze grondwetsherziening speelde. De volgende vraag staat centraal: wat leert dit debat ons over de manier waarop dit proces en de implicaties van dit proces voor de identiteit van de politieke gemeenschap, werden waargenomen? Ik betoog, allereerst, dat dit debat indicatief is voor de Nederlandse waarden die een rol speelden bij het ‘openen’ van de Grondwet voor Europa. Daarnaast laat ik zien dat dit debat bepalend is geweest voor de houding van Nederland ten opzichte van Europa in de decennia van integratie die zouden volgen.
</div>
</li>
<li><strong>Sessie III Publieke opinie als politieke arena</strong>
<p>1. Erik Jacobs (UvA) ‘De macht van de publieke opinie. Het referendum over de eerste Nederlandse grondwet in 1797’<br />
<a href="javascript:void(null);" onclick="s_toggleDisplay(document.getElementById('SID1002990716'), this, 'Lees verder &#9660;', 'Verberg &#9650;');">Lees verder &#9660;</a></p>
<div id='SID1002990716' style='display:none;'>
Habermas’ <em>Strukturwandel der Öffentlichkeit</em> geldt nog altijd als het standaardwerk over het ontstaan van de publieke opinie aan het einde van de achttiende eeuw. De Bataafse Republiek, de Nederlandse variant op de laat-achttiende-eeuwse democratische revoluties, wordt vaak gezien als de bakermat van de periodieke politieke pers in Nederland. Interessant is te bekijken hoe de theorie van Habermas over ontstaan van de publieke ruimte en de publieke opinie, zich verhoudt tot de Nederlandse situatie, vooral omdat Habermas zich in zijn werk beperkt tot een vergelijking van Frankrijk, Duitsland en Engeland. De situatie was in Nederland vergelijkbaar, maar op bepaalde vlakken zeer verschillend, vooral waar het de vrijheid van drukpers betrof. Hoe dachten de politieke kopstukken over de publieke ruimte en nut en nadeel van de publieke opinie en de persvrijheid? Functioneerde de politieke pers als controlemechanisme op de overheid? Dit zal aan de hand van een casestudie, de publicitaire strijd rond het referendum over de grondwet in 1797, worden toegelicht.
</div>
<p>2. Ronald Kroeze (VU) ‘De openbaarheid van ‘hidden practices’. Moderne politiek, corruptieschandalen en de publieke opinie 1848-1940’<br />
<a href="javascript:void(null);" onclick="s_toggleDisplay(document.getElementById('SID647677021'), this, 'Lees verder &#9660;', 'Verberg &#9650;');">Lees verder &#9660;</a></p>
<div id='SID647677021' style='display:none;'>
De publieke opinie speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de moderne politiek, zeker wanneer vanaf 1848 openbaarheid, rechtstreekse verkiezingen, parlementair debat en actief burgerschap als politieke waarden en praktijken worden ingevoerd. In dit zogenaamde Thorbeckeaanse ideaal van politiek was de publieke opinie zowel arena als actor: het moest het publieke en parlementaire debat stimuleren om de burgerij bij de politiek te betrekken en de openbaarheid van politiek bevorderen. Thorbecke zelf had in zijn jonge jaren veelvuldig de publieke opinie gebruikt voor politieke doeleinden door ondermeer te publiceren in de <em>Arnhemsche Courant</em>. Ook na Thorbeckes tijdperk bleef de publieke opinie belangrijk en werd een onderdeel van moderne politiek. Desondanks is de relatie tussen politiek en bestuur enerzijds en de publieke opinie anderzijds gespannen. Welke waarde moet gehecht worden aan de publieke opinie en welke invloed op politiek moet de publieke opinie hebben? Aan de hand van een aantal corruptieschandalen in de 2e helft van negentiende eeuw en 1e helft van de twintigste eeuw wordt ingegaan op de manier waarop de publieke opinie invloed heeft op politiek en bestuur sinds 1848. Criticasters wijzen erop dat het openbaar maken van corruptiepraktijken de schandalisering van politiek bevordert waarmee het aanzien van de politiek wordt geschaad. Voorstanders menen dat de publieke opinie, zowel als arena en als actor (bv. de pers) ‘hidden practices’ in de openbaarheid brengt waarmee het een zuiverende werking heeft. Dit spanningsveld komt duidelijk naar voren wanneer via de opkomende massapers praktijken in de publieke ruimte komen die politiek en bestuur in een kwaad daglicht stellen. De openbaarheid van dergelijke ‘hidden practices’ zorgt voor debat waarin waarden van goed bestuur en politiek worden gearticuleerd en de rol van de publieke opinie wordt bediscussieerd.
</div>
<p>3. Karin van Leeuwen (RU/ING) ‘Het vaststellen van het rechtsbewustzijn. Traditionele arena’s en publieke opinie in de jaren 1950’<br />
<a href="javascript:void(null);" onclick="s_toggleDisplay(document.getElementById('SID25892571'), this, 'Lees verder &#9660;', 'Verberg &#9650;');">Lees verder &#9660;</a></p>
<div id='SID25892571' style='display:none;'>
In het debat over de grondwet in de vroege naoorlogse jaren duikt de term ‘rechtsbewustzijn van de bevolking’ – evenals zijn evenknie ‘heersende rechtsovertuiging’ – regelmatig op als argument om een bepaalde grondwetswijziging wel of juist niet te steunen. Wanneer het erom gaat de kern van het staatsbestel – de centrale regels van de politiek – vast te leggen, zo lijkt de term te impliceren, moet het om meer gaan dan eenvoudige politieke meerderheden. Maar waar staat dat ‘rechtsbewustzijn’ nu precies voor? Hebben we hier te maken met een juridische variant op (of voorloper van) het vooral in de jaren zestig in het politieke debat opkomende ‘publieke opinie’? En hoe stellen de leidende politici en juristen die de spil van het grondwetsdebat vormen dit rechtsbewustzijn eigenlijk vast?<br />
In mijn lezing zal ik aan de hand van discussies in staatscommissies en parlement over de procedure van grondwetsherziening stilstaan bij de wijze waarop het ‘rechtsbewustzijn’ door de deelnemers aan deze discussies werd begrepen. Door deze discussies te confronteren met een enquête over de hervorming van het kiesstelsel uit dezelfde periode zal ik vervolgens stilstaan bij de ‘meetbaarheid’ van rechtsbewustzijn en zijn meer politiekwetenschappelijke tegenhanger ‘publieke opinie’. Op deze wijze wordt nagegaan of en hoe dit ‘rechtsbewustzijn’ – al dan niet als alternatieve politieke arena – een waarde vormde in de meer traditionele arena’s van staatscommissie en parlement en op welke wijze deze waarde weer werd ingezet bij het bepalen van de kernwaarden van het politieke bestel.
</div>
</li>
<li><strong>Afsluiting door James Kennedy (UvA)</strong></li>
</ul>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knhg.nl/2010/audio-knhg-voorjaarscongres-%e2%80%98arena%e2%80%99s-van-de-politiek%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
<enclosure url="http://www.knhg.nl/wpcontent/uploads/2010-06-11%20avdp%20I.mp3" length="14465024" type="audio/mpeg" />
<enclosure url="http://www.knhg.nl/wpcontent/uploads/2010-06-11%20avdp%20II.mp3" length="10987520" type="audio/mpeg" />
<enclosure url="http://www.knhg.nl/wpcontent/uploads/2010-06-11%20avdp%20III.mp3" length="14120960" type="audio/mpeg" />
		</item>
		<item>
		<title>De maatschappelijke taak van de historicus</title>
		<link>http://www.knhg.nl/2010/de-maatschappelijke-taak-van-de-historicus/</link>
		<comments>http://www.knhg.nl/2010/de-maatschappelijke-taak-van-de-historicus/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 25 Jun 2010 08:00:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>KNHG</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knhg.nl/?p=1960</guid>
		<description><![CDATA[Op 1 juni werd in Leiden een ‘Middag over Geschiedenis en Maatschappij’ gehouden. Aanleidingen waren de presentatie van het boek Het vaderlandse verleden. Robert Fruin en de Nederlandse geschiedenis (onder redactie van Herman Paul en Henk te Velde) en de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni.
Oneliners en wetenschappelijke bijdragen
In het prachtige Groot Auditorium van de Universiteit [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Op 1 juni werd in Leiden een ‘Middag over Geschiedenis en Maatschappij’ gehouden. Aanleidingen waren de presentatie van het boek <em>Het vaderlandse verleden. Robert Fruin en de Nederlandse geschiedenis</em> (onder redactie van Herman Paul en Henk te Velde) en de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni.</p>
<p><strong>Oneliners en wetenschappelijke bijdragen</strong><br />
In het prachtige Groot Auditorium van de Universiteit Leiden opende rector magnificus Paul van der Heijden de middag. Hij wees op de drie taken van wetenschap en dus ook van historici: onderwijs, onderzoek en valorisatie (de maatschappelijke bijdrage van wetenschap tonen). Een veelzijdige eis, aldus de rector, want er bestaat een spanning tussen het naar voren brengen van het maatschappelijke belang in enkele oneliners in de media, en een wetenschappelijke bijdrage leveren voor een peer reviewed A-tijdschrift of topcongres. Maar in ieder geval moet de wetenschapper zich niet terug trekken in de Ivoren Toren. Juist iemand zoals Robert Fruin kan ons leren dat een goede historicus ook maatschappelijk relevant werk levert.</p>
<p><strong>Wat kan Fruin ons leren?</strong><br />
Henk te Velde, als hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis in Leiden opvolger van Fruin, maakte een analyse van Fruins oratie ‘De onpartijdigheid van den geschiedschrijver’. Fruin vond dat een goede historicus een onderscheid tussen waar en onwaar maakt, waarbij onpartijdigheid een vereiste is. Maar Fruin vond ook dat een goede historicus een bijdrage levert aan het stimuleren van de vaderlandsliefde. Voor Fruin waren Thorbeckeaanse liberalen onpartijdig: alleen zij stonden boven de partijen en konden onafhankelijk oordelen. Onpartijdigheid betekende voor Fruin dus niet dat een historicus zich verre hield van politiek, onpartijdigheid paste juist in zijn politieke opvattingen. Ook de vereiste van vaderlandsliefde past in de tijd van Fruin: de Nederlandse natie moest net als andere Europese naties in de negentiende eeuw nog worden opgebouwd zodat de staatkundige eenheid ook een emotionele werd. Te Velde concludeerde dat Fruin niet alleen als een interessante ‘bron’ van de negentiende eeuw kan worden beschouwd maar dat we ook van hem kunnen leren dat historici maatschappelijke bijdragen moeten leveren aan de debatten van hun tijd (in Fruins tijd dus de ontwikkeling van het liberale stelsel en de natievorming). Hierna volgde de aanbieding van het boek <em>Het vaderlandse verleden. Robert Fruin en de Nederlandse geschiedenis</em> door Herman Paul (universitair docent in Leiden en mede redacteur) aan Marjan Schwegman, directeur van het NIOD, en Piet de Rooy, hoogleraar Nederlandse geschiedenis (UvA).<br />
Schwegman sprak vervolgens over haar ervaringen als lid van de Commissie-Davids die de Nederlandse besluitvorming over de Irak-oorlog onderzocht. Volgens Schwegman moet je niet ‘naïef’ denken over de scheiding tussen historisch onderzoek en politiek-maatschappelijke belangen of tussen ratio en emotie: het zijn twee kanten van dezelfde medaille en een historicus moet daarmee altijd werken. Zoals Fruin vindt zij dat het aankomt op het ‘karakter’ van de historicus, die met zelfdiscipline, zelfverloochening en zelfbescherming moet voorkomen dat persoonlijke emoties of abstracte ratio’s gaan domineren in zijn/haar historisch verhaal. Daarbij stelde Schwegman terzijde dat de komst van meer vrouwelijke historici en onderzoekers als positieve gevolg kan hebben dat ratio en emotie niet langer als tegenpolen worden beschouwd in wetenschappelijk en historisch onderzoek.<br />
Piet de Rooy opende met een oproep tot meer partijdigheid van historici: veel van hun werk is vindt hij nu te irrelevant. Hij haalde daarvoor een andere vereiste aan die Fruin formuleerde: een goed historisch onderzoek moet ‘stof tot nadenken’ opleveren zodat je er wat van kan leren. Voor Fruin stond het vast dat je kon leren van het verleden, een inzicht dat historici de laatste decennia lijken te hebben veronachtzaamd, aldus De Rooy. Door ‘de jaren 60’ is het idee van het nut van het verleden en daarmee van geschiedenis verloren gegaan; een gevolg van wetenschappelijke ‘professionalisering’ en de opkomst van de babyboom generatie die hun persoonlijke opvattingen van het nu tot politiek verhieven en deze belangrijker vonden dan leren van het gemeenschappelijke verleden. Hierdoor nam het belang van geschiedenis af en viel tevens het gemeenschappelijk kader voor burgers in de samenleving weg. Deze individualisering en veronachtzaming van het verleden werd door Nieuw Links op de agenda gezet maar in de jaren tachtig door conservatief rechts en in de jaren negentig door sociaaldemocratische Derde Weg politici als Wim Kok, Tony Blair en Bill Clinton overgenomen. Het gevolg was dat politiek en geschiedenis uit elkaar gingen. Politici vonden het verleden onbelangrijk en historici vonden politiek, die alleen maar over de hectiek van de dag gaat, minder interessant dan onderzoek naar economische en culturele ontwikkelingen. Daarbij hebben de Nederlandse politieke historici van de afgelopen decennia zich weinig verdiept in politiek als een proces van ‘who gets what, when, how’ terwijl het juist daar in politiek vooral over gaat. Dit heeft als gevolg dat onderzoek naar bijvoorbeeld macht, managementstijlen en corruptie, thema’s die internationaal wel worden onderzocht, lange tijd geen aandacht hebben gekregen in de Nederlandse geschiedenis. Na 2000, door 9-11, Fortuyn, identiteitsdebatten en Europa, hebben politiek en maatschappij weer interesse in geschiedenis en de mening van historici. In 2006 werd daarom besloten het Nationaal Historisch Museum (NHM) op te richten als instituut dat kennis van het verleden moet leveren en moet bijdragen aan het gemeenschappelijk historisch gevormde kader van waaruit Nederlanders leven. Volgens De Rooy ligt de bal nu bij historici, die zich met deze hernieuwde aandacht vanuit de politiek tot nog toe geen raad weten en daarom vaak de boot afhouden. Van Fruin kunnen we echter leren, aldus De Rooy, dat politiek en geschiedenis niet altijd gescheiden zijn geweest en dat de taak van de historicus gelegen is in het maken van ‘stof tot nadenken’. Concreet moeten historici daarom meer aandacht aan politiek-maatschappelijke vraagstukken besteden, meer beoordelend dan afwachtend zijn en meer lange termijn patronen aantonen in politiek en maatschappij.<br />
Helaas was er geen discussie waarin werd ingegaan op de inleiding van de rector en de drie interessante lezingen. Er bleven nogal wat punten open voor discussie. Weten huidige historici dat een van hun taken ligt in contact leggen met de maatschappij? En van welke politiek-maatschappelijke vraagstukken moeten historici in ieder geval wat vinden? Moeten zij in een ‘politieke’ commissie als de commissie-Davids zitting nemen en zo ja wat is dan precies hun rol? En wat vinden we eigenlijk van dat al of niet bestaande onderscheid tussen ratio en emotie? Of, naar aanleiding van De Rooy’s inleiding: gaan we ons als historici meer op ‘echte’ politiek richten (‘who gets what, when, how’) of blijven we liever tegen de politiek-culturele kant aanschurken? En wat betekent het als ons werk ‘stof tot nadenken’ moet opleveren? Welk werk voldoet daar wel aan en welk niet? Kortom, allemaal punten die tonen dat het ambt van de historicus en de relatie tussen politiek en geschiedenis net als in de tijd van Fruin en de jaren 1960 ook nu weer een transitieperiode doormaken.</p>
<p><strong>Het Groot Geschiedenisverkiezingsdebat</strong><br />
Na de theepauze volgde ‘Het Groot Geschiedenisverkiezingsdebat’ waaraan de (kandidaat-) Kamerleden Atzo Nicolaï (VVD), Frans Timmermans (PvdA), Jan Schinkelshoek (CDA) en Boris van der Ham (D66) deelnamen onder leiding van Henk te Velde. Alle politici maakten aan de hand van hun voorbeeldfiguur duidelijk wat de relatie tussen geschiedenis en politiek voor hen inhoudt.<br />
Nicolaï koos Baruch Spinoza: vrijzinnig denker en pantheïst als tegenhanger van een te eenzijdige nadruk op de Joods-christelijke traditie in het huidige Nederland en Europa. Van der Ham koos voor Franciscus van den Enden, de leermeester van Spinoza, als iemand die durfde te zeggen waar hij voor stond. Schinkelshoek koos Abraham Kuyper, omdat hij politiek van een elite tot een volksaangelegenheid maakte. En Timmermans koos Thomas Adorno, omdat hij de relatie tussen herinneren en voortleven problematiseerde (in Adorno’s geval de omgang met de Holocaust) en de valse tegenstelling tussen mythe en waarheid aantoonde door erop te wijzen dat de Verlichting niet het einde was van het geloof in destructieve mythes &#8211; zoals de totalitaire ideologieën en regimes van de twintigste eeuw hebben bewezen. Op de vraag van Te Velde waarom geschiedenis interessant is voor politici antwoordden ze allen met veel overtuiging. Voor Nicolaï kan geschiedenis vastigheid geven in een woelige tijd als de onze, vandaar zijn voorzitterschap van de Raad van Toezicht van het Nationaal Historisch Museum. Ook voor Timmermans bieden historische verhalen samenhang en daarmee vaste grond aan Nederlanders die naarstig op zoek zijn naar wat ze met hun medeburgers delen. Volgens Van der Ham kan geschiedenis reflectie en inspiratie bieden en patronen aantonen. Schinkelshoek sloot zich hierbij aan en riep historici op zich meer in het maatschappelijk debat te mengen.<br />
Hierop stelde Te Velde de terechte vraag of politici geschiedenis in het onderwijs dan niet belangrijker moeten maken en duidelijker moeten aangeven wat ze eigenlijk van historici verlangen? Hier hadden de heren politici niet direct een eenduidig antwoord op, maar uit hun verschillende opmerkingen bleken een aantal overeenkomsten. Allereerst moeten we als historici volgens deze politici tonen wie we zijn, wat we met anderen delen en welke gemeenschappelijke rechten en plichten hieruit voortvloeien. Daarnaast is een einde gekomen aan het korten op het aantal uren geschiedenisonderwijs (hoewel dat na 9 juni weer kan veranderen). Ook aan feitenkennis, een canon, het vieren van jubileumjaren en chronologie werd veel belang gehecht, dit alles moet door en met hulp van historici worden overgedragen aan kinderen en volwassenen. Volgens Timmermans krijgen mensen hiermee weer het fundament terug op basis waarvan zij concurrerende politieke en historische verhalen kunnen beoordelen (zijn wij nou wel of niet een land van tolerantie en vrijdenkerij, en ligt onze toekomst in Europa of niet etc.).<br />
Natuurlijk kon onder het toeziend oog van de directeuren van het NHM, die op de eerste rij hadden plaatsgenomen, debat over het museum niet uitblijven. Van der Ham die probeerde de discussie over de locatie weer open te gooien werd in een vroeg stadium door Schinkelshoek geattaqueerd omdat ‘we het daar nu eens niet meer over moeten hebben’, maar juist over het verhaal dat dit museum gaat vertellen. Opmerkingen waar de anderen stilzwijgend mee instemden. Hoewel Timmermans het NHM-debat zag als een ‘gouden kans’ het Nederlandse museumbeleid op de schop te nemen: er zijn teveel musea en ze werken nauwelijks samen. Naar aanleiding van een vraag uit de zaal hoe politici het gezag van historici gaan herstellen wezen de politici de historici terecht. De commissie-Davids wordt bestempeld als politiek, dat is niet erg maar dan moeten historici zich niet verschuilen achter hun wetenschappelijke onafhankelijkheid maar juist stelling nemen: dat geeft hen meer gezag. Ook hebben, aldus de politici, historici zelf het verschil tussen nationale en internationale geschiedenis geconstrueerd en is het dus aan henzelf het weer af te breken, ze kunnen niet de politiek de schuld geven van een keuze voor een ‘nationaal’ historisch museum. Tot slot moeten historici net als politici expliciteren welke waarden en normen en dus welke verhaallijn zij kiezen (Nederland als land van eeuwenoude tolerantie of juist als land van conflict, kleine gebaren etc.). Hiermee herhaalden de politici wat De Rooy al stelde: ook historici moeten meer partijdig zijn omdat dat een onderdeel is van hun functioneren en hun werk daarmee (weer) stof tot nadenken geeft.<br />
En wat was nu de consensus onder historici na deze uitdagende opmerkingen? Dat bleef net als tijdens het eerste debat onduidelijk. We blijven toch vooral goed in genuanceerde vragen stellen, maar of dat werkelijk is waar politiek en maatschappij op zitten te wachten en of dat de ontwikkeling van geschiedwetenschap ‘verder’ brengt blijft open.</p>
<p>Ronald Kroeze (Vrije Universiteit Amsterdam)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knhg.nl/2010/de-maatschappelijke-taak-van-de-historicus/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kees Mandemakers wint DANS Dataprijs</title>
		<link>http://www.knhg.nl/2010/kees-mandemakers-wint-dans-dataprijs/</link>
		<comments>http://www.knhg.nl/2010/kees-mandemakers-wint-dans-dataprijs/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 18 Jun 2010 08:00:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>KNHG</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knhg.nl/?p=2019</guid>
		<description><![CDATA[Prof. dr. C.A. Mandemakers, initiator en projectleider van de Historische Steekproef Nederland bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, heeft de DANS Dataprijs 2010 gewonnen. De prijs werd hem vrijdag 18 juni in Amsterdam uitgereikt door president Robbert Dijkgraaf van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).
De Historische Steekproef Nederland (HSN) is een representatieve steekproef [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Prof. dr. C.A. Mandemakers, initiator en projectleider van de Historische Steekproef Nederland bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, heeft de DANS Dataprijs 2010 gewonnen. De prijs werd hem vrijdag 18 juni in Amsterdam uitgereikt door president Robbert Dijkgraaf van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).<br />
De <a href="http://www.iisg.nl/hsn/index.html" target="_blank">Historische Steekproef Nederland</a> (HSN) is een representatieve steekproef van bijna tachtig duizend personen die tussen 1812 en 1922 in Nederland zijn geboren. De HSN-database bevat individuele levensgeschiedenissen en maakt daardoor onderzoek mogelijk op het gebied van de Nederlandse geschiedenis en demografie.<br />
Kees Mandemakers was een van de vier genomineerden voor de prijs, waarvoor achttien kandidaten werden ingezonden. De Dataprijs, die dit jaar voor het eerst werd toegekend, bestaat uit een sculptuur, een geldbedrag voor de organisatie van een symposium en een diner voor de betrokken onderzoeksgroep. De andere genomineerden waren de ‘Dutch Parliamentary Election Study’ (DPES) van prof. dr. C.W.A.M. Aarts (Universiteit Twente), het LISS-panel van prof. dr. J.W.M. Das (Universiteit van Tilburg) en de Netherlands Kinship Panel Study (NKPS) van prof. dr. P.A. Dykstra.<br />
<a href="http://www.dans.knaw.nl/" target="_blank">DANS</a> wil met de Dataprijs de aandacht vestigen op het belang van goede, duurzame en toegankelijke data in het wetenschappelijk onderzoek, én op het belangrijke werk van de mensen die vaak buiten de schijnwerpers voor die duurzaamheid en toegankelijkheid zorgen. Op basis van reeds verzamelde data wordt niet zelden baanbrekend onderzoek verricht dat tot nieuwe inzichten leidt.<br />
KNAW-president Robbert Dijkgraaf onderschreef in zijn speech bij de uitreiking van de prijs het belang van het delen van onderzoekdata. Het beschikbaar stellen van data is niet alleen een wetenschappelijk, maar ook een maatschappelijk essentieel goed, zei hij. ‘Door het delen van data gaan de investeringen die nodig zijn voor het verzamelen en aanleggen van onderzoeksdata niet verloren’.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knhg.nl/2010/kees-mandemakers-wint-dans-dataprijs/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bouw van historisch museum in gevaar</title>
		<link>http://www.knhg.nl/2010/bouw-van-historisch-museum-in-gevaar/</link>
		<comments>http://www.knhg.nl/2010/bouw-van-historisch-museum-in-gevaar/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 16 Jun 2010 08:00:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>KNHG</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knhg.nl/?p=1909</guid>
		<description><![CDATA[De bouw van het Nationaal Historisch Museum (NHM) in Arnhem lijkt ernstig te worden bemoeilijkt. Uit een nog geheim rapport van Grontmij blijkt dat de aanleg van een ondergrondse parkeergarage bij het museum 60 miljoen euro kost. Bovendien loopt er een hogedrukgasleiding onder het bouwterrein.
Het NHM moet verrijzen naast het Nederlands Openluchtmuseum, op het huidige [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De bouw van het <a href="http://www.nationaalhistorischmuseum.nl/" target="_blank">Nationaal Historisch Museum</a> (NHM) in Arnhem lijkt ernstig te worden bemoeilijkt. Uit een nog geheim rapport van Grontmij blijkt dat de aanleg van een ondergrondse parkeergarage bij het museum 60 miljoen euro kost. Bovendien loopt er een hogedrukgasleiding onder het bouwterrein.<br />
Het NHM moet verrijzen naast het Nederlands Openluchtmuseum, op het huidige parkeerterrein van het Openluchtmuseum. Er moeten daarom 1.500 nieuwe parkeerplaatsen worden gevonden, en dat kan volgens Grontmij het beste onder de grond. Dat zeggen bronnen over de inhoud van het rapport.<br />
Het is niet waarschijnlijk dat er ook daadwerkelijk 60 miljoen euro komt voor de garage. Het Rijk heeft voor de aanleg van het NHM maximaal 50 miljoen euro beschikbaar gesteld. De gemeente Arnhem wil nu laten onderzoeken of het mogelijk is parkeerplaatsen naast de twee musea te creëren. Dat zou moeten gebeuren in beschermd gebied: een van de zogenoemde Natura 2000-gebieden.<br />
Het NHM en het Openluchtmuseum hebben Grontmij in maart gezamenlijk opdracht gegeven onderzoek te doen naar de eventuele risico’s bij de bouw. Het NHM wil het rapport nog niet openbaar maken. Over de vestigingsplek van het veelbesproken museum is langdurig en hevig gesteggeld.<br />
<br />
<small>© <a href="http://www.volkskrant.nl/" target="_blank"><em>de Volkskrant</em></a> 16 juni 2010</small></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knhg.nl/2010/bouw-van-historisch-museum-in-gevaar/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Holland Scriptieprijs 2009 voor Carolina Lenarduzzi</title>
		<link>http://www.knhg.nl/2010/holland-scriptieprijs-2009-voor-carolina-lenarduzzi/</link>
		<comments>http://www.knhg.nl/2010/holland-scriptieprijs-2009-voor-carolina-lenarduzzi/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 Jun 2010 08:00:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>KNHG</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knhg.nl/?p=2026</guid>
		<description><![CDATA[De winnaar van Holland Scriptieprijs 2009 toont de rol van de strijd om de herinnering aan het Opstandsverleden in de vereniging van de Republiek tijdens het twaalfjarig bestand (1609-1621).
De jury looft de scriptie in haar rapport als een ‘sprankelend werk’. Tevens roemt de jury het vernieuwende karakter van dit onderzoek naar ‘de dynamiek van collectieve [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De winnaar van <em>Holland Scriptieprijs 2009</em> toont de rol van de strijd om de herinnering aan het Opstandsverleden in de vereniging van de Republiek tijdens het twaalfjarig bestand (1609-1621).<br />
De jury looft de scriptie in haar rapport als een ‘sprankelend werk’. Tevens roemt de jury het vernieuwende karakter van dit onderzoek naar ‘de dynamiek van collectieve herinnering in de vroegmoderne tijd’. De scriptie ‘is niet alleen theoretisch gefundeerd, maar ook origineel en vernieuwend. Gecombineerd met een prettige schrijfstijl en een goede argumentatie blinkt de bekroonde scriptie in alle aandachtspunten van de jury uit.’<br />
Bovenal prijst de jury de ‘interessante reflectie op wat ‘Holland’ is’ – op wat de Republiek tot Republiek gemaakt heeft.<br />
Het is een aanzienlijke prestatie om met een Bachelorscriptie als winnende inzending uit de bus te komen. Op de shortlist van de jury stonden verder twee sterke Masterscripties (Ralf Bovers en Winnie de Keizer). Zij kregen in het juryrapport eervolle vermeldingen.<br />
Het werk van Carolina Lenarduzzi werd gekozen uit een sterke verzameling inzendingen, die door de jury werd geroemd als ‘een breed en veelkleurig palet aan studies: van de geschiedenis van film en bioscoop tot pedagogiek in weeshuizen, van hemelverschijnselen en natuurrampen tot Hollandse en Westfriese graven, van institutionele economie tot stedelijke oproeren. Stuk voor stuk interessante geschiedenissen, die vanuit diverse invalshoeken de geschiedenis in of van Holland belichten.’<br />
Ondanks de vele sterke inzendingen besloot de jury met volle overtuiging de <em>Holland Scriptieprijs 2009</em> toe te kennen aan Carolina Lenarduzzi met haar scriptie <em>“De oude geusen teghen de nieuwe geusen”. Over de dynamiek van het oorlogsverleden ten tijde van het Twaalfjarig Bestand</em>.<br />
De <em>Holland Scriptieprijs</em> is de jaarlijkse scriptieprijs voor de beste scriptie op het gebied van de geschiedenis van of in Holland. De prijs is ingesteld door het <em>Historisch Tijdschrift Holland</em>. De winnaar ontvangt een bedrag van 250 euro. Bovendien kan de scriptie als artikel worden gepubliceerd in het tijdschrift <em>Holland</em>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knhg.nl/2010/holland-scriptieprijs-2009-voor-carolina-lenarduzzi/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Archieven Bataafs-Franse tijd digitaal toegankelijk</title>
		<link>http://www.knhg.nl/2010/archieven-bataafs-franse-tijd-digitaal-toegankelijk/</link>
		<comments>http://www.knhg.nl/2010/archieven-bataafs-franse-tijd-digitaal-toegankelijk/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 03 Jun 2010 08:00:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>KNHG</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knhg.nl/?p=1874</guid>
		<description><![CDATA[Torenhoge staatsschulden, pogingen tot bezuinigingen op ambtenaren, spanningen tussen de centrale overheid en de provincies, het speelde allemaal ook al in de Bataafs-Franse tijd van 1795-1813. Wie onderzoek wil doen naar deze dynamische periode vindt in de nieuwe digitale Onderzoeksgids Bestuur en Administratie van de Bataafs-Franse tijd 1795–1813 heel veel aanknopingspunten.
De Bataafs-Franse tijd is van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Torenhoge staatsschulden, pogingen tot bezuinigingen op ambtenaren, spanningen tussen de centrale overheid en de provincies, het speelde allemaal ook al in de Bataafs-Franse tijd van 1795-1813. Wie onderzoek wil doen naar deze dynamische periode vindt in de nieuwe digitale <em><a href="http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/GidsBataafsFranseTijd" target="_blank">Onderzoeksgids Bestuur en Administratie van de Bataafs-Franse tijd 1795–1813</a></em> heel veel aanknopingspunten.<br />
De Bataafs-Franse tijd is van doorslaggevend belang geweest voor het ontstaan van het moderne Nederland. De overheid ging zich voor het eerst met allerlei  onderwerpen bezighouden zoals onderwijs, kerken, economie en armenzorg. De grondwet, algemene verkiezingen, centralisatie, zelfstandig plaatselijk bestuur op het platteland, ministeries in Den Haag, gelijkberechtiging van de godsdiensten, we hebben het allemaal aan deze periode te danken.<br />
De vrij toegankelijke onderzoeksgids is samengesteld door het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en is vanaf 3 juni te raadplegen. De gids biedt mogelijkheden voor onderzoek naar een verwarrende periode van nog geen twintig jaar waarin vijf verschillende grondwetten zijn ontwikkeld die ook allemaal een nieuwe bestuursstructuur hebben opgeleverd. In de jaren 1795-1813 waren 316 Nederlandse en Franse instellingen betrokken bij bestuur en rechtspraak in Nederland. Hiervan zijn in de onderzoeksgids taken, samenstelling en bureaus beschreven, met verwijzing naar de wetgeving die daarbij hoort.<br />
Een spectaculair onderdeel van de digitale onderzoeksgids is de, samen met het Nationaal Archief ontwikkelde, digitale weergave van de centrale index van de Staatssecretarie van 1806-1811. Alle details van de regering van Koning Lodewijk Napoleon zijn daarin op te zoeken. Iedereen die zich bezighoudt met de Bataafs-Franse periode kan zijn voordeel doen met de gids. Of het nu gaat over landontginningen of universiteiten, het leger of gevangenissen, de gebruiker kan uitzoeken welke overheden en instellingen zich in de loop van de tijd met die onderwerpen hebben beziggehouden en hoe hun archieven werken. Maar ook wie naar een plaats of een persoon zoekt, kan veel aan de gids hebben.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knhg.nl/2010/archieven-bataafs-franse-tijd-digitaal-toegankelijk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nederlandse Voornamenbank online</title>
		<link>http://www.knhg.nl/2010/nederlandse-voornamenbank-online/</link>
		<comments>http://www.knhg.nl/2010/nederlandse-voornamenbank-online/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 03 Jun 2010 08:00:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>KNHG</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knhg.nl/?p=1884</guid>
		<description><![CDATA[Op 3 juni is de Nederlandse Voornamenbank online gegaan. De Voornamenbank bevat 500.000 verschillende voornamen die in Nederland voorkomen. Bij elke voornaam is te zien hoeveel personen (m/v) die naam in Nederland als eerste naam dragen of als tweede of volgende naam. Ook is de populariteit van elke naam sinds 1880 na te gaan. Zo [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Op 3 juni is de <a href="http://www.meertens.knaw.nl/nvb/" target="_blank">Nederlandse Voornamenbank</a> online gegaan. De Voornamenbank bevat 500.000 verschillende voornamen die in Nederland voorkomen. Bij elke voornaam is te zien hoeveel personen (m/v) die naam in Nederland als eerste naam dragen of als tweede of volgende naam. Ook is de populariteit van elke naam sinds 1880 na te gaan. Zo is te zien of een naam in opkomst is, of alweer uit de gratie en wanneer de naam het meest populair was. Ook wordt de geografische verspreiding van de voornaam gegeven, op basis van de geboortegemeente. Voor 20.000 namen is een uitleg en verklaring beschikbaar. Elke ouder kan nu zien of een voornaam in Nederland al eens geaccepteerd is. De Nederlandse Voornamenbank is een samenwerkingsproject van het Meertens Instituut van de KNAW en de Universiteit Utrecht. De database is internationaal uniek in omvang, compleetheid en variatie van gegevens. De Voornamenbank complementeert de Nederlandse Familienamenbank die eind 2009 werd gelanceerd en alleen al in de eerste maand 18 miljoen hits telde.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knhg.nl/2010/nederlandse-voornamenbank-online/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Summer school in Research on Religion, Culture and Society in Europe (1750-)</title>
		<link>http://www.knhg.nl/2010/summer-school-in-research-on-religion-culture-and-society-in-europe-1750/</link>
		<comments>http://www.knhg.nl/2010/summer-school-in-research-on-religion-culture-and-society-in-europe-1750/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 28 May 2010 08:00:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>KNHG</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knhg.nl/?p=1886</guid>
		<description><![CDATA[The societal and cultural significance of religion during the age modernity has traditionally been portrayed in dichotomic and often ambiguous ways. Proponents of the secularisation thesis argue that the rapid economic, social, cultural and political transformations that embodied modernity, linearly weakened the hold of religion on society. This has led many scholars to underestimate or [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>The societal and cultural significance of religion during the age modernity has traditionally been portrayed in dichotomic and often ambiguous ways. Proponents of the secularisation thesis argue that the rapid economic, social, cultural and political transformations that embodied modernity, linearly weakened the hold of religion on society. This has led many scholars to underestimate or even ignore the significance of religion as an explanatory factor in 19th and 20th century history.<br />
The 2010 ‘<a href="http://kadoc.kuleuven.be/summer_school/docs_public/Flyer_2010.pdf" target="_blank">Summer School on Religion, Culture and Society in Europe (1750-)</a>’ offers its students a closer and refreshing look at the complicated historical relationship between religion and modernity. Participants will get a solid introduction to the very different domains in which religion has influenced, (re)shaped and even embodied the modernisation process, but also to the continuous adaptation and transformation processes of the religious domain itself, thus finding a clear contemporary reflection in Europe’s cultural identities.<br />
This summer school ensures active involvement of the students by means of a balanced programme of seminars, lectures and field trips. Established researchers in the field develop specific topics and cases, students have the possibility to present their own work and discuss their ideas in a relaxed and open atmosphere and within a multidisciplinary framework.<br />
Programme, forms and all other information are available at <a href="http://kadoc.kuleuven.be/summer_school" target="_blank">http://kadoc.kuleuven.be/summer_school</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knhg.nl/2010/summer-school-in-research-on-religion-culture-and-society-in-europe-1750/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
